Marijn Duintjer Tebbens

Als 15-jarige puber had ik een obsessie met CNN. Urenlang kon ik kijken naar het Amerikaanse nieuwsstation dat toen net in Nederland te zien was (we spreken 1989). Vooral de manier waarop de Amerikaanse presentatoren breaking news versloegen boeide mij mateloos. Vanaf een chaotische redactievloer wisten zij door zichzelf eindeloos te herhalen de spanning meesterlijk op te bouwen. 

Het begon meestal met ‘This just in to CNN…”. Daarna volgden uren live televisie waarin ik aan de lippen hing van een presentator die mij steeds meer details gaf over een nieuw schandaal, een schietpartij of een vliegramp. Mijn favoriete presentator was Bernard Shaw. Met gezag en met schijnbaar groot gemak versloeg Shaw de ene na de andere ramp en revolutie. Soms vanuit een hotelkamer in Bagdad (1991, begin van de Golfoorlog) maar meestal gewoon vanachter zijn bureau op de CNN-redactie. Op mijn 15e dacht ik: dat wil ik ook. 

Pas 21 jaar later gaat die jongensdroom in vervulling. In het voorjaar van 2010 belt mijn baas met een verzoek. De inval-presentator van EenVandaag is verhinderd. Zou ik de vervanger willen vervangen? In de dagen voor mijn vuurdoop als presentator hoop ik van harte op zo’n CNN-moment met breaking news: This just in to EenVandaag… Toch ben ik stiekem opgelucht als dat brekende nieuws uitblijft en ik me redelijk foutloos door de tekstjes op de autocue heen kan werken.

Sindsdien heb ik EenVandaag vaker mogen presenteren. Inmiddels weet ik dat die CNN-hectiek die ik als puber zo geweldig vond meestal uitblijft. Wij zijn een achtergrondrubriek, geen CNN. De functie van een presentator bij EenVandaag is vooral die van aankondiger van reportages. Toch is er een aantal malen breaking news als ik presenteer. Zo wordt vlak voor onze uitzending bekend dat de Nederlandse helicoptercrew gevangen in Libië, vrij komt. Toevallig presenteer ik op de zaterdag dat het Catshuisberaad mislukt en het kabinet valt.

En ook als Japan door een tsunami wordt getroffen mag ik de uitzending presenteren. Het zijn natuurlijk de spannendste dagen voor elke nieuwsredactie: in korte tijd moeten we samen zoveel mogelijk informatie verzamelen, verbeelden en duiden. In het geval van de Japanse tsunami besluiten we bovendien een extra lange uitzending te maken. Een gast in de studio, contacten zoeken met sprekers in Japan, meedenken over de beelden op ons videoscherm: als presentator kan je je op zo’n dag overal mee bemoeien. Dat is leuk, journalistiek leerzaam en -als het lukt- zeer bevredigend. Op dat soort momenten denk ik nog wel eens terug aan die puber van 15 die vond dat Bernard Shaw de coolste baan op aarde had. Zo slecht had-ie dat nog niet gezien.