Iedere verslaggever mag deze weken een keer terug gaan naar het onderwerp van zijn of haar favoriete reportage. Op zich een mooie gedachte om de kijker en jezelf mee te nemen op een “trip down memory lane”: ‘ Hoe gaat het met dat ene moedige meisje midden in dat vluchtelingen kamp?  Of die bijzondere man die een stroopwafelfabriek begon in Marokko? ’

Ook mij schieten meteen allerlei reportages te binnen: bijvoorbeeld die waarin werkgevers-voorman Bernard Wientjes het najaarsoverleg met SER voorzitter Alexander Rinnooy Kan telefonisch opzegt: ‘Alexander, het zit er niet meer in’. Wat vervolgens Agnes Jongerius van de FNV de uitspraak ontlokt: ‘Het is tuig van de richel’.

Of het portret dat ik maakte van Fred de Graaf in 2009. Hij is burgemeester van Apeldoorn in de week dat Karst T met zijn Suzuki Swift tegen monument De Naald knalt, nadat hij 7 mensen heeft doodgereden. Reportages over nationale gebeurtenissen met veel impact.

Toch kies ik voor iets anders: de geboorte van een klein jongetje, in een schemerig kamertje in een achterstandswijk. ‘ Welkom in Rotterdam!’ roept verloskundige Renate Hazel als ie voor de eerste keer zijn longen vol lucht zuigt en begint te huilen.  Ik ben geemotioneerd dat ik bij zo’n bijzonder moment aanwezig ben, en dat ook nog eens mag filmen. En het is ook nog ergens goed voor. Na deze reportage is het voor alle politici en ambtenaren ineens glashelder dat er iets moet gebeuren om de babysyerfte in Nederlandse achterstandswijken terug te dringen. Er komt extra geld zodat verloskundigen veiliger hun werk kunnen doen, en er komen overal geboortecentra waar aanstaande moeders naartoe gaan als ze niet thuis kunnen bevallen.

Maar wat heeft dat kleine jongetje daar aan gehad? Dat heb ik me altijd een beetje bezorgd afgevraagd. Nu, 5 jaar later ga ik naar hem op zoek. Via de verloskundige vind ik hem terug: in een andere achterstandswijk, met vergelijkbare schemerige kamertjes en eenzelfde uitgewoond portaal. Een lief jongetje van 5 kijkt mij ondeugend aan. ‘ Waar moet ik je van kennen? ‘ vraagt ie.

Hij woont niet meer in Rotterdam. Het huis dat na de reportage voor hem en zijn moeder was geregeld, is ingepikt door iemand anders. Huiselijk geweld leidde tot een vlucht uit de stad. Terwijl ik naar hem kijk bel ik met zijn moeder. Het gaat wel weer goed zegt ze, ze wil wel nadenken over een interview.

Aangedaan verlaat ik het huis, ik slaap slecht die nacht... Wat hebben dit jongetje en zijn moeder te winnen bij deze reportage, vraag ik me af... De volgende morgen bel ik alle afspraken af; ik realiseer me dat ik niet voor de gevolgen van deze reportage kan instaan. Ik kan hun veiligheid niet garanderen.  Verslagen accepteer ik dat je sommige “trips down memory lane” beter niet kunt maken, in ieder geval niet op televisie. 

0 reacties
Wil je ook reageren ga dan naar Facebook